Medicijngebruik bij vogels: ESB-3
- Middel: ESB-3
- Werkzaam tegen: Coccidiose, Atoxoplasmose ofwel Lancasterella
- Toepassing: 3 dagen 1 gram per liter water, 2 dagen multivitaminen, 3 dagen 1 gram per liter water
- Verkrijgbaar bij: Dierenarts
- Kosten: +/- €7,50 per 50 gram
Er wordt veel geschreven in fora over het gebruik van medicijnen bij cultuurvogels zoals goudvinken, putters en groenlingen. Toen ik net begon met goudvinken las ik veel berichten van tegenstanders van medicijngebruik bij deze vogels. Het zou slecht voor ze zijn, hun weerstand zou ervan achteruit gaan en ze zouden niet meer zonder medicijnen kunnen. Vooral het preventief kuren met ESB-3 wordt vaak als onzinnig bestempeld, want “een vogel die niet ziek is, hoef je geen medicijnen te geven”.
Toch gaat die laatste stelling niet altijd op. Een baby is tenslotte ook niet ziek, maar wordt wel ingeënt tegen mogelijke ziekten. Dit geldt ook voor honden en katten, dus waarom zou het niet voor vogels gelden?
Atoxoplasmose (of dikke leverziekte) is een ziekte die veel oudere vogels bij zich dragen, maar daar geen last van ondervinden. Voor jonge vogels is die ziekte echter dodelijk, dus als een oudervogel als “drager” in een krappe omgeving zoals een broedkooi bij zijn jongen zit, worden de jongen makkelijk aangestoken en zullen zonder behandeling zeker sterven. Voor coccidiose geldt ongeveer hetzelfde. De oudervogels kunnen het dragen, maar er nauwelijks last van hebben. Jonge vogels zijn echter veel gevoeliger en kunnen hieraan sterven.
Preventief kuren om de besmettingshaard tot een minimum te beperken is dan geen overbodige luxe aan het begin van het broedseizoen. Gelukkig zijn beide ziektes goed onder controle te houden zonder de vogels continu van medicijnen te voorzien en “plat” te kuren.
Mijn ervaring met coccidiose:
Het eerste jaar heb ik één koppel goudvinken in de buitenvolière gehad die daar een nest hebben gemaakt en hun jongen hebben grootgebracht. Ik heb ze in die tijd geen medicijnen gegeven en ze zijn ook zonder medicijnen door de rui gekomen en hele mooie vogels geworden. Op dat moment trok ik de conclusie dat kuren dus inderdaad niet nodig zou moeten zijn. Het jaar erna besloot ik met meerdere koppels te gaan kweken. Ik had toen drie koppels in broedkooien en twee koppels in kweekboxen. Mijn eerste nest jongen liet ik uitvliegen in de buitenvolière en heb ik geen medicijnen gegeven. Ze zijn op één na allemaal groot geworden en door de rui gekomen. Waaraan dat ene jong dood is gegaan weet ik niet, maar er was niets aan de darmen te zien, dus ik ga ervan uit dat het niet door coccidiose of iets dergelijks is gekomen. De andere nesten heb ik uit laten vliegen in uitvliegkooien en kweekboxen binnen, maar daar ging het ineens een stuk minder mee. Nadat ik één jong dat in de rui zat verloor door (hoogstwaarschijnlijk) coccidiose, besloot ik mijn vogels toch maar te kuren. De rest zag er ook al niet al te fris uit en na een kuur ESB-3 deden ze het een stuk beter en kwamen ze goed door de rui heen. Tijdens de rui heb ik ze nog een tijdje een halve dosis (1/2 gram per liter water) ESB-3 gegeven en in het weekend alleen multi-vitaminen.
Mijn voorzichtige conclusie is dat kuren niet echt nodig als je weinig vogels hebt die op een grote oppervlakte buiten leven. Maar zodra je veel vogels bij elkaar op een relatief kleine oppervlakte hebt zitten, zoals in broedkooien, dan is het kuren van jonge vogels die aan het ruien zijn zeer aan te raden. Bij mij zitten de jongen zelfs op draadbodems, maar ik heb mijn lesje wel geleerd. De jonge vogels krijgen tijdens de rui een kuur. De oudervogels hebben de kuur ook binnengekregen omdat ze uiteindelijk weer bij de jongen zaten, maar het komende jaar wil ik proberen dat niet meer in de ruiperiode te doen.
Mijn broedkoppels geef ik volgend jaar wel een kuur ESB-3 aan het begin van het broedseizoen en de daar uit voorgekomen jongen dus tijdens de rui.
Mijn ervaring met atoxoplasmose:
Het afgelopen jaar heb ik met 5 koppels kanaries gekweekt. De eerste ronde ging voorspoedig en de jongen kwamen mooi op stok. Daarna heb ik ze naar een uitvliegkooi verplaatst, zodat ze daar konden leren vliegen ter voorbereiding op het loslaten in de grote buitenvlucht. Het viel mij op dat een paar jongen veel sliepen, maar ik ging ervan uit dat dat kwam doordat ze jong waren en rust nodig hadden. Tot op de dag dat er ineens een jong dood op de grond lag. Ik controleerde zijn buik en zag een dikke paarse vlek onder het middenrif uitsteken. Er was iets goed mis met dit jong! De dagen erna viel de één na de ander dood op de grond en allemaal hadden ze een paarse lever. Toen sloeg de paniek pas echt toe. Er was iets heel erg mis met deze jongen en ik vreesde dat ik mijn volledige eerste ronde ging verliezen. Ik ben toen ESB-3 gaan geven en heb één overleden jong direct naar de faculteit diergeneeskunde in Utrecht gestuurd om sectie op deze vogel te laten verrichten. De uitslag was duidelijk: atoxoplasmose in combinatie met vederluizen. Vanaf dat moment heb ik deze jongen een aantal maanden achter elkaar moeten kuren om de atoxoplasmose te verdrijven, wat mij uiteindelijk ook gelukt is. De blauwe levers werden zeer langzaam kleiner, tot er uiteindelijk niets meer te zien was. Het heeft me in totaal zo’n 12 jongen gekost die al op stok waren gekomen, maar toch overleden zijn aan deze ziekte. Atoxoplasmose kan bij kanaries vanaf 9 maanden aanwezig zijn, zonder dat zij er zelf last van hebben. De jongen gaan er echter wel dood aan.
In mijn geval heb ik waarschijnlijk een nieuwe kanarie in mijn bestand gehaald dat deze ziekte droeg en deze heeft de rest daarna aangestoken. Het is daarom verstandig om nieuwe vogels waarvan de afkomst niet goed bekend is altijd een tijd in quarantaine te zetten en eventueel medicijnen te geven.
21 oktober 2009 | Geplaatst door de Vogelman 
Categorie:
Tags: |









Recente reacties